Welk type speler ben jij?/What type of player are you?

5 december 2014

(scroll down for english)

De Saxschool Muziek en de speler zijn altijd met elkaar verbonden: het muzikale verhaal wordt verteld en wordt daarbij gekleurd door de verteller. Soms is de balans niet helemaal juist. De speler is bijvoorbeeld teveel met zichzelf bezig en te weinig met het muzikale verhaal. De aandacht gaat dan bijvoorbeeld naar hoe goed het stuk gespeeld wordt in plaats van naar het stuk zelf. Andersom kan ook. De verteller cijfert zichzelf helemaal weg waardoor het verhaal wat onpersoonlijk kan worden. Verbinding maken met je publiek en je medespelers vind ik de sleutel om een juiste balans te vinden en het mooiste verhaal te vertellen.

Om inzicht te geven in hoe we allemaal muziek op onze manier spelen hoe we (vrolijk) begrip op kunnen brengen voor elkaars verschillen, een paar karakteristiek muzikale types in amateurorkesten:

Het rechtdoorzee type: Dit type speelt recht voor zn raap. Hij is niet bang om fouten te maken, geeft een lekker duidelijke groove en is ook niet te beroerd om te soleren. Komt er een gevoelig en zacht stukje dan moet echter elke keer opnieuw gevraagd worden of het wat zachter kan. Het mengen met de rest van het ensemble is meestal niet de sterkste kant. Komt goed tot zijn recht als baritonspeler in orkest of big band of als solist in een band met stevige popmuziek.

Het stille type: Dit type staat haaks op het rechtdoorzee-type en vindt het moeilijk om zijn stem te laten horen, maar vindt ook muziek maken zo leuk. Dit dilemma wordt altijd meegenomen naar de repetities en concerten. Ook is er vaak een, al dan niet onbewuste, onzekerheid over zijn niveau, vooral technisch. De gulden middenweg lijkt meedoen, maar niet zo hard spelen. Het gevolg is een wat onduidelijk en eenvormig spel. En dat terwijl er toch veel gevoel in dit type zit. Aangemoedigd door docent of dirigent kan er muzikaal veel bereikt worden door dit type.
Het stille type komt het best tot zijn recht in een orkest met tweede of derde partij maar droomt er toch vaak stiekem van om solist te zijn.

Het show-off type. Dit vrolijke type kan snel spelen en wíl ook graag snel spelen. Hij hoort het niet als er noten ontbreken in het spel of als het ritmisch niet helemaal klopt. Gelukkig, overdonderd door snelheid horen medespelers en publiek dat ook niet altijd. Vaak is er veel interesse voor een bepaald type instrument, mondstukken en de nieuwste accessoires. Als een zwemmer op zoek naar zo weinig mogelijk weerstand stelt deze speler alles in het werk om sneller, voller en soepeler te klinken. Bij een orkest of big band is het altijd prettig zo’n type te hebben want hij neemt de stille types en de wat slomere rechtdoorzee types met goede energie mee in de virtuoze passages.

Het gevoelige-muzikale type: Dit type laat zijn muzikaliteit horen en speelt met veel dynamiek en kleur. De solo’s zijn verfrissend ten opzichte van het wapengekletter van het show-off type want hij durft hierin ook langzaam en zacht te spelen met onverwachte melodische wendingen. Moet er echter een strakke begeleiding worden gespeeld dan is het wat moeilijk samen te spelen met dit type. Hij is namelijk nooit precies op tijd want dat strakke voelt zo naar amuzikaal. Ook een stukje simpel laten klinken vindt dit type moeilijk. Hij weet oprecht niet hoe dat moet en hoe meer hij zijn best doet hoe minder het lukt. Dit type zorgt er ondertussen wel voor dat de rechtdoorzee types en de show-off types bij de muzikale les gehouden worden. Zelf laat hij zich niet de les lezen want denkt zelf overal over na.

Het Conservatorium type: In elk orkest zit er wel één: nooit naar het conservatorium gegaan maar had het wel gekund of heeft het zelfs een jaartje gedaan. Nu heeft hij een mooie carrière als medisch bioloog of als programmeur en speelt daarnaast in orkest of band. Dit type blaast niet hoog van de toren, maar iedereen weet dat hij ‘goed’ is. Dit type is ondersteunend in de tutti gedeeltes en bij een solo laat hij iedereen begrijpen waar de muziek over gaat. Hij kan soms even van zijn stuk raken als iets technisch of muzikaal niet lukt maar hij weet dat meestal goed te verbloemen. Hij is vaak goede vrienden met de dirigent en heeft mooie persoonlijke verhalen over bekende musici met wie hij ooit heeft samengespeeld.

English:

Music and the player are always tied together: the musical story will be told and will be colored by the teller. Sometimes the balance is not completely right: the player is too busy with himself, for example, and too little with the musical story. His attention is focused too much on how good he will play the piece in place of focusing on the piece itself. As well it can be that: the story teller erases himself completely with the result that the story can become impersonal. You can notice this often in classical concerts. Making a connection with the public and with your fellow players is the best key to find a proper balance and to tell the most beautiful story!

In order to give us a fun insight into how we all play music in our own manner and to understand something about everyone’s differences, let’s look at a few characteristic musical types in amateur orchestras:

 

The Direct/ Straightforward type:
This sort plays straightforwardly. He or she is not afraid to make mistakes. He or she gives a nice clear groove and is not afraid to play a solo. If he or she encounters a sensitive or soft part, then he or she must be reminded continually to play softer. Blending with the rest of the ensemble is most often not his or her strongest suit. This sort is best as a baritone sax player in an orchestra or big band or as a soloist on the sax in a band with a more hearty pop music style.

The Quiet type:
This type is the opposite of the Direct/ Straightforward type. This type finds it difficult to make his or her voice heard, but still finds making music fun. This dual always occurs during rehearsals and concerts. It is often so that this sort is too self-conscious and insecure about his or her level of playing, especially technically. The Golden Mean seems to them to play and participate but not too loudly. The result is somewhat unclear and simplistic playing; yet there is so much musical emotion inside! When encouraged by the teacher or director, this sort can accomplish a lot and grow to appreciate very much what is told about the music. This sort is best in a second or third part in the orchestra, but secretly dreams of being a soloist.

The Show-off type:
This happy type can play fast and also wants to play fast. He or she does not hear that some notes are broken up in their playing, or that the rhythm is not quite right, but being overwhelmed by so many notes the public does not always hear it as well. Often there is a lot of interest in types of saxophones, mouthpieces, various sorts of reeds and new ligatures. Like a swimmer in search of the least possible resistance, this player seeks always to achieve a faster, louder and suppler sound. It’s always good to have this type in the orchestra or big band, since they bring the Quiet types and somewhat slower Direct types along with good energy in the virtuoso passages.

The Musical type:
This type lets his or her musicality be heard and plays with a lot of dynamics and color. Their solos are refreshing in comparison to the saber-rattling of the Show-off type, since he or she allows him- or herself to play very slowly and softly with unexpected melodic twists. However, there must be strict conducting when this type plays, since it can be rather difficult to play together with this type. They are in fact never precise about time, since a fixed beat can feel so very amusical to them. Also keeping it simple can be a problem. They prefer a lot of dynamics, rubato and so on. They honestly don’t know how to play simply and just let the music be, since their way of doing their best is to do more and not less. They make sure that the Direct types and the Show-off types are kept in line. They themselves don’t take well to correction, because they are already thinking about everything that’s going on.

The Conservatory type:
In every orchestra there is one: he has never studied at the conservatory, but he could have or he has done a year of study there. Now she or he has a good career as a medical biologist or a programmer and plays the saxophone in an orchestra or band alongside her or his work. This sort doesn’t broadcast their ability from the housetops, but everyone knows that he or she is “good”. This sort is supportive in the tutti segments and when given a solo makes everyone understand what the music is really about! Sometimes his or her part may not be quite right technically or musically, but most of the time he or she knows how to cover these moments up very well. This type is often a good friend of the conductor and has beautiful personal stories about well known musicians with whom he or she has played.

Recognizable? Do you have a contribution? Leave a note!

 

 

 

Floor Wittink

About the Author

Floor Wittink

Leave a Comment:

All fields with “*” are required

Merel Naomi

Mooie omschrijving van de verschillende types! Ik herken ze allemaal 🙂

Walco

Volgens mij is er ook nog Het Schizofrene Type. Afhankelijk van het weer, de omstandigheden van het optreden en de interactie met medemuzikanten komt er een andere persoonlijkheid naar voren. Misschien ook wel bekend als Het Adaptieve Type.

    Floor Wittink

    Hai Walco, maar dan wel geestelijk in orde he 🙂 gelukkig weet ik dat jij dat bent!

Leave a Comment:

All fields with “*” are required