Transponeren: hoe speel ik mee met andere instrumenten?

3 juni 2015

Musical InstrumentsMisschien heb je het meegemaakt: je band of je pianist heeft een leuk stuk gevonden en je gaat het repeteren. Jij neemt de melodie voor je rekening, telt af en …het klinkt niet goed samen.

Dit heeft alles te maken met dat de saxofoon in Es en Bes staat en de piano, of gitaar, in C.

Wat houdt dit in en hoe pas je je partij aan?

De saxofoon is een transponerend instrument. Dit houdt in dat als je op je altsax een C speelt er geen C klinkt maar een Es. Ook bij de bariton is dit het geval. Bij de sopraan en tenor klinkt er een Bes bij het spelen van een C. De piano en gitaar staan zoals we noemen in C en klinken zoals genoteerd.

Als je met de sax speelt van een C partij klinkt het dus in een andere toonsoort dan er staat. Als je alleen speelt maakt dat niet zoveel uit maar samen met een ander transponerend instrument samen zal dat dus niet gaan. Eén van de partijen moet dan aangepast worden.

Een melodiepartij is vaak eenvoudiger aan te passen dan een uitgeschreven pianopartij. Maar als er voor de begeleiding alleen akkoorden staan genoteerd is dat ook makkelijk om te zetten. Het hangt er dan vanaf in welke toonsoort je de muziek het beste vindt klinken.

Als je de saxofoonpartij wilt aanpassen aan de C partij volg dan de volgende stappen:

De saxofoonpartij voor de alt- of baritonsax moet anderhalve toon omlaag worden gezet: van Es naar C. (Officieel klinkt de altsax als de Es die lager is dan de C en de bariton klinkt nog een octaaf lager. Vergeet dit heel even en kijk later in welk octaaf het stuk het beste klinkt én speelbaar is).

De sopraan- en tenorsax staan in Bes. Je volgt dezelfde stappen maar nu moet alles één toon verhoogd worden om mee te kunnen spelen met de C partij.

1. De Toonsoort
Voordat je nu begint met alle tonen 1 ½ toon lager te zetten: transponeer eerst de toonsoort! Je kunt de toonsoort afleiden uit de voortekens.

Bijvoorbeeld: er staat een mol als vast voorteken genoteerd. Het stuk staat dus in F groot of D mineur. De toonsoort moet nu 1 ½ toon omlaag gezet worden dus F groot (of D mineur) wordt D groot (of B mineur). Deze toonsoort heeft twee kruizen. Bij jouw partij komen dus twee kruizen te staan.
Zie ook deze link (Sax on the Web) voor een overzicht van de transponerende toonsoorten.

2. Verlagen of verhogen
Vervolgens kun je alle noten twee omlaag verplaatsen dus één lijn lager zetten. Bij de Bes instrumenten verhoog je alles één toon. De voortekens worden gecorrigeerd door de aangepaste toonsoort.

3. Toevallige voortekens
Staan er toevallige voortekens in het stuk? Deze moet je natuurlijk ook noteren in jouw partij. We nemen de toonsoort F groot met één mol die verandert in D groot met twee kruizen als voorbeeld:

  • In de originele partij staat een C met een kruis, dus een Cis. De getransponeerde noot is een A die dus ook verhoogd moet worden dus dit wordt een Ais.
  • Een volgend voorbeeld: er staat een herstelde Bes in de originele partij. De getransponeerde noot is een G die nu ook een halve toon moet worden verhoogd. Dit wordt dus een Gis.
  • Voorbeeld drie: er staat een A met een mol dus As. De getransponeerde noot is een Fis want in de nieuwe toonsoort zit een Fis en een Cis! Maar nu moet de Fis verlaagd worden en dus zet je er herstellingsteken bij.

Transponeren is ook heel nuttig om muzikaal inzicht te krijgen en feeling met verschillende toonsoorten. Pas het eens toe op je solostukken!

Floor Wittink

About the Author

Floor Wittink

Leave a Comment:

All fields with “*” are required

P.S. Claassen

1,5 toon lager alles opschrijven is niet nodig: je verwijdert de onderste lijn en zet die bovenaan erbij, dan alleen nog de voor-en toevalligtekens veranderen.

    Floor Wittink

    Dank je wel voor deze tip, leuke aanvulling en voor de alt en bariton dus goed te gebruiken.

Leave a Comment:

All fields with “*” are required