Effecten op de saxofoon

24 november 2016

Met de saxofoon kun je veel effecten produceren. Veel gebruikt zijn het vibrato, bending (buigen van de toon), top tones, subtone en de growl (scheuren). Hierbij 12 effecten die je kunt maken op de saxofoon en hoe je ze kunt oefenen:

1. Vibrato

Vibrato is een golvende beweging van de toon en ontstaat als je je onderkaak licht op en neer beweegt.

Hoe te oefenen

  • Speel een b zonder octaafklep en laat je onderkaak langzaam zakken zodat de toon lager wordt.
    Laat hem zover zakken dat de toon wegvalt. Herhaal dit een paar keer en probeer de toon steeds verder te laten zakken. Let erop dat je goed door moet blazen!
  • Beweeg de toon op en neer.
  • Speel een lange toon waarbij je met een langzaam vibrato begint die steeds sneller wordt om weer te eindigen met een langzaam vibrato.
  • Speel 4 tellen met en 4 tellen zonder vibrato afwisselend. Zorg ervoor dat de overgang plotseling is.
  • Speel een constant vibrato van hard naar zacht en weer terug.

Luister naar dit voorbeeld van vibrato in de standard Harlem Nocturne of naar dit klassieke voorbeeld waarbij de Aria van E.Bozza gespeeld wordt.


2. Multiphonic of dubbeltoon

Een multiphonic is meerdere tonen die tegelijk klinken. Met speciale grepen kun je meerdere tonen tegelijk uit te sax halen. Het kan een gaaf effect zijn in solo’s en wordt ook gebruikt in moderne klassieke muziek. Er is verschillende literatuur te vinden met grepen voor de verschillende multiphonics. Bij het uitproberen hiervan zul je merken dat ze niet allemaal even goed lukken. Probeer tijdens het blazen kleine dingen te veranderen in de embouchure tot je de multiphonic hoort. Soms vind je de manier van blazen niet en soms ligt het aan je saxofoon, verschillende soorten saxofoons reageren net weer anders op de grepen. De makkelijkste multiphonic is meestal de lage C met de F klep open.

Luister hier naar prachtige multiphonics in het stuk Steady study on the boogie (de inleiding is mooi, maar luister ook vanaf 2 minuten)

3. Growl

Growling is scheuren op je saxofoon en ontstaat als je mee gaat zingen of grommen tijdens het spelen. Het zingen moet je niet te letterlijk nemen; het gaat alleen om een toon te produceren met je stem.

Hoe te oefenen

Je kunt het oefenen door eerst een lange toon te blazen waarbij je vervolgens probeert mee te zingen óf eerst te zingen in je saxofoon en dan langzaam de lucht- en lipspanning op te voeren tot het saxofoongeluid en je stem samenklinken. Het mooiste resultaat krijg je door hoog te spelen en laag te zingen.
Je kunt het bijvoorbeeld horen in de saxofoonsolo in Money van Pink Floyd (na 2′)

4. Bending of buigen

Bending is het omlaag of omhoog buigen van de toon met behulp van je embouchure.

Hoe te oefenen

Oefen het door, net als bij vibrato, een lange toon te spelen en deze langzaam te laten zakken en weer op te trekken. Als dit goed lukt en je kunt de toon een flink stuk laten zakken, begín de toon dan eens laag en trek hem vervolgens op. Oefen dit met hoge en lage tonen.

Luister naar dit voorbeeld van bending in In a sentimental mood gespeeld door Johnny Hodges


5. De lachende sax

Dit effect krijg je als je hoge tonen chromatisch omlaag speelt. Bijvoorbeeld je speelt achtereenvolgens de hoge D, hoge Cis, hoge C, hoge B en je trekt/buigt daarbij alle noten omlaag met je keel en/of onderlip.

Luister hiervoor naar de meester van effecten (en tevens bedenker van vele) Rudy Wiedoeft met Sax-o-Phun


6. De Slaptongue

De slaptongue is een soort ‘plop’ of ‘klak’ geluid. Je drukt je tong stevig tegen het riet en trekt hem dan krachtig los. Je tong blijft nu een beetje tegen het riet aanplakken. Door het lostrekken krijg je het ‘plop’ of ‘klak’ geluid. Let erop dat je meer dan normaal je tong tegen het riet plaatst. Op het bovenstaande filmpje Sax-O-Phun zijn ook veel slaptongues te horen.

Hoe te oefenen

Oefen eerst alleen met het rietje. Plak het riet tegen je tong aan en trek het los. Je kunt het ook thuis oefenen met een lepeltje. Leg het holle gedeelte tegen je tong en probeer het lepeltje vast te houden met je tong.


7. De Open Slap of Mouth Ram

Je trekt tijdens het blazen je lip en onderkaak omlaag totdat je helemaal los komt van je riet en mondstuk. Je boventanden blijven staan op het mondstuk. Je mond staat dus na de open slap open.

8. Flatterzunge

Een flatterzunge is een rollende R samen met een toon. De punt van de tong maakt een R tegen je gehemelte en komt niet tegen het riet aan.

Hoe te oefenen

Je kunt het proberen door een lange toon te blazen en dan daarbij een rollende ‘r’ te maken met je tong. Mocht het niet lukken, probeer met het mondstuk in je mond eens zonder te blazen een rollende ‘r’ te zeggen waarna je het weer mét toon probeert.


9. Top Tones

Dit zijn tonen die hoger zijn dan het bereik van je saxofoon, dsu hoger dan de hoge fis. Er zijn speciale grepen voor.

Hoe te oefenen

Je kunt het oefenen door een lage C of B te spelen en deze toon over te blazen. Overblazen betekent dat je andere noten speelt dan de lage C of B terwijl je wél deze greep speelt. Hiervoor moet je je keelholte aanpassen, probeer uit met open (‘aa’) en meer dicht zetten (‘ieie’) van je keel. Je kunt dan met de volgende greep oefenen: het knopje boven de B knop samen met de hoge Fis knop (C5). Probeer met deze greep een zo hoog mogelijke pieptoon te spelen. Je kunt ook de A klep erbij spelen. Als het lukt probeer dan van de ene hoge toon naar de andere te glijden.

Luister voor een voorbeeld naar deze Prelude van Gershwin gespeeld door mijzelf (vanaf 1’20)

10. De Subtone

De subtone is een gedempte, wat wazige toon. Dit kan heel mooi zijn bij vooral de lage tonen.

Hoe te oefenen

Je doet je tong tegen het riet aan, een beetje zacht zodat je toch een toon kunt blazen. Experimenteer met hoe hard je je tong tegen het rietje aanduwt voor het mooiste effect. Een tweede manier is je onderlip en kaak wat naar achteren te zetten en heel los tegen je riet te houden. Nu komt er veel lucht bij de toon. Let erop dat je een goede ademsteun gebruikt.

Luister hier naar de meester van subtones Ben Webster


11. Trompetgeluid

Als je het mondstuk van je hals haalt kun je op je hals blazen door met je lippen te trillen. Net alsof je trompet speelt.

12. Het Glissando

Het glissando is glijden van de ene toon naar de volgende. Je speelt een toon en laat dan de klep van de volgende klep héél langzaam omhoog komen. Zodra de toon begint te stijgen kun je je embouchure gebruiken om de glijder nog soepeler te laten gaan. Je kunt zo ook meerdere tonen omhoog glijden. Van hoog naar laag kan ook: begin dan eerst met het embouchure en laat de grepen later komen.

Luister voor een voorbeeld naar het begin van Rhapsody in Blue gespeeld door het Aurelia saxofoonkwartet


Andere leuke geluiden

  • trillers
  • met je nagel tegen het riet aan tikken
  • alleen de kleppen indrukken zonder toon
  • zoengeluid: je maakt een zoen geluid met je mond en zorgt dat een héél klein puntje van je mondstuk in je mond zit.

Voor diverse effecten in hedendaags gecomponeerde muziek luister naar deze opname van het stuk Hard geschreven door Christian Lauba en gespeeld door Richard Ducros.

Please follow and like us:
error
Floor Wittink

About the Author

Floor Wittink

Leave a Comment:

All fields with “*” are required

Leave a Comment:

All fields with “*” are required

Follow by Email
Facebook
Facebook
Twitter
LinkedIn