7 tips en trics voor een goede aanzet/7 tips and tricks for a good attack

16 april 2014
  • Heb je wel eens last van een kraakje of piep bij het aanzetten?

  • Vind je het moeilijk om heel zacht aan te zetten?

  • Klinkt je eerste toon niet meteen?

Je ziet het niet maar je hoort het wel: aanzetten is een belangrijk onderdeel van het saxofoonspelen. Deze tips helpen je om je aanzet te verbeteren en om veel meer kleuren te kunnen maken in je spel.

For english scroll down

De aanzet is het begin van de toon met het wegtrekken van je tong: alsof je ‘tuu’ zegt. Zonder aanzet moet je steeds opnieuw aanblazen om het begin van een toon te markeren. Met de aanzet blaas je door en gebruik je je tong om de tonen van elkaar te scheiden, net als bij het praten.

Bij de aanzet komt de tong naar voren om na het aanraken van het riet snel naar achteren te gaan. Het wegtrekken van de tong is dus de feitelijke aanzet.
NB: Als je een te korte tongriem hebt is het aanzetten met de punt van de tong lastiger. Je kunt dit checken bij jezelf want als je je tong niet kunt uitsteken is dit het geval.

Tip 1: plek van aanzetten op de tong

Je zet aan net achter de punt van je tong. Je tong is is een beetje bol, met de punt iets naar beneden vlak achter je ondertanden.
Trick: Voel heel zachtjes het trillen van het riet met je tong terwijl je blaast. Je doet dit zo zacht dat de toon blijft klinken en dat je het riet voelt kietelen. Dit is de juiste plek om aan te zetten! Herhaal het een paar keer en zet steeds iets meer aan om de juiste beweging te leren.

Tip 2: plek van aanzetten op het riet

Je zet voor op het riet aan: je voelt dan tegen je tong de rand van het riet (niet loodrecht erop maar schuin aan de onderkant).
Trick: Probeer uit om aan te zetten op verschillende plekken van het riet. Zo kun je het verschil horen en voelen.

Tip 3: doorblazen en aanzetten

Heb je moeite om door te blazen terwijl je tong heen en weer beweegt om aan te zetten?
Trick: Zeg hardop ‘tuutuu’ en ga dan hiermee door zonder stemgeluid. Een volgende stap is hetzelfde doen maar dan met het mondstuk in je mond. Je maakt géén toon en je voelt je tong tegen het riet aanzetten. Nu is het een kwestie van luchtdruk opbouwen totdat een toon klinkt.

Tip 4: plopjes

Let erop dat je je tong naar achteren trekt bij het aanzetten en niet naar beneden. Bij het laatste ontstaat er vaak een plopgeluid of slap.

Tip 5: een goed begin

Het wegtrekken is de feitelijke aanzet: dit betekent dat je éérst je luchtdruk opbouwt terwijl je je tong tegen het riet hebt! Als je vervolgens je tong wegtrekt begin je te spelen. Vaak wordt het het blazen en aanzetten tegelijk gedaan waardoor er een ongecontroleerde aanzet is of er eerst lucht is en bijgeluid en dan pas de toon. Zorg dus voor een goede volgorde.

Tip 6: aanzedden

Met de aanzet kun je net zoveel verschillen maken als bij praten: van hard tot zacht en van dik tot dun.
Trick: Speel een lange toon en onderbreek de toon zo zachtjes (denk weer aan de punt van het riet en tong) dat de klank niet stopt. Je zegt in feite ‘duuduuduu’. Je tong raakt nauwelijks en heel snel het riet aan. Daarna kun je alle varianten uitproberen van ‘duuduuduu’ tot ‘tuutuutuu’.

Tip 7: doorblazen in rust

Als er een rust is in de muziek hoef je niet altijd te stoppen met blazen, je kunt in veel gevallen je tong gebruiken. Je zegt als het ware ‘dat’ of ‘tat’: je blaast door maar stopt met je tong de klank. Je kunt dan de spanning vasthouden en het stoppen van de toon energieker laten klinken. Ook voor staccato noten, korte accenten en voor ghostnotes gebruik je dit.

Dit filmpje van de Devil’s Rag door saxofonist Arno Bornkamp is een mooi voorbeeld van virtuoos spel met snelle en lichte aanzet!


7 tips and tricks for a good attack

You don’t see it, but you really hear it: an attack is a very important part of playing the saxophone.

  • Do you struggle with a cracking sound or peep when you tongue an attack?

  • Do you find it difficult to make a very soft attack?

  • Does your tone not sound immediately?

These tips will help you to improve your attack and allow you to add many more colors to your playing!

 

By withdrawing your tongue at the attack you begin the tone: it’s as if you say “tuu”. Without an attack you would need to blow over and over to make each tone. With an attack you blow and use your tongue to differentiate between tones, in a way similar to the way you talk.

At the attack the tongue comes forward until it touches the reed and then quickly retracts. The taking away of the tongue is in fact the actual attack!

NB: If your lingual frenulum is too short it will make attacking with the point of your tongue more difficult. You can check this for yourself: if you can’t stick your tongue out, this is the case.

 

Tip 1: the place of the attack on the tongue

You attack just behind the point of your tongue. Your tongue is a little rounded, with the point a little downwards close behind the bottom teeth.
Trick: Feel the gentle trills of the reed with your tongue while you are blowing. You should do this as softly as possible so that the tone remains sounding and you feel the reed tickling. This is the right place for the attack! Repeat this a couple times and see if you can learn the right movement.

Tip 2: the place of the attack on the reed

You attack the reed like this: you feel the edge of the reed against your tongue (not perpendicularly, but obliquely on the underside of the reed).
Trick: Try to attack on different places on the reed. Then you can hear and feel the difference.

Tip 3: blowing and attacking

Do you have the trouble that while you blow your tongue moves back and forth at the attack?
Trick: Say out loud “tuutuu” and continue then without using your voice. A following step is to do the same, but with the mouthpiece in your mouth. You don’t make any tone and you feel your tongue against the reed at the attack. Now it’s a question of building up the air pressure until a tone is sounded.

Tip 4: “Plops”

Be careful that you draw your tongue back when you attack and not downwards. If you draw your tongue downwards there will often be a sound like “plop” or “slap”.

Tip 5: a good beginning

The withdrawing of the tongue is the actual attack: this means that you must first build up the air pressure while you have your tongue against the reed! When you subsequently withdraw your tongue, you begin to play. Often people blow and attack at the same time which results in an uncontrolled attack. Or there is the sound of air (a hissing) and an accompanying sound first, and then finally the tone. Be careful then to have the correct sequence.

Tip 6: the attack

You can make as many differences in your attack as you can make in your speech: from hard to soft and from “thick” to “thin”.

Trick: Play a long tone and interrupt the tone so softly that the sound doesn’t stop. (Think again about the point of the reed and your tongue.) In fact you say “duuduuduu”. Your tongue barely and very quickly touches the reed. Then you can try all the variations from “duuduuduu” to “tuutuutuu”.

Tip 7: blow in a rest

When there is a rest in the music you don’t always need to stop blowing, in many instances you can use your tongue. In fact you say “dat” or “tat”: you continue to blow, but you stop the sound with your tongue. You can keep the tension and allow the stopping of the tone to sound more energetic.

This video of the Devil’s Rag by saxophonist Arno Bornkamp is a very good example of a virtuoso playing with a quick and light attack!

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Floor Wittink

About the Author

Floor Wittink

Leave a Comment:

All fields with “*” are required

Leave a Comment:

All fields with “*” are required