Zeven oefeningen voor een flexibele sound/Seven exercises to reach a flexible sound

4 september 2013

Je kunt als het ware praten met je sax. Om je saxofoon echt als een stem te gebruiken heb je een flexibele embouchure nodig, dit is de sleutel tot het maken van deze kleuren en effecten. Wat je doet met je keel, tong, lippen, wangen en kin is namelijk allemaal van invloed op je klank. Iedereen kan dit leren en het is aan jou hoe je het muzikaal toepast.

Er zijn nog oneindig meer oefeningen en effecten te vinden in de saxofoonliteratuur. Met deze oefeningen kom je al een heel eind:

(english below)

  1. Bewustwording
    Blaas een toon, kies en en voel wat er meedoet met je embouchure. Voel je je onderlip en voel je het trillen van het riet? Wat doet je bovenlip? Voel je iets in je wangen en waar? Wat doet je kin? Is je kaak ontspannen? Voel je ook ‘achterin’ je wangen iets bewegen bijvoorbeeld bij je oren?
  2. Mondholte
    Voel ook je mondholte en tong; ga na waar je tong zich bevindt, hoog of laag, gekruld of niet, of hij beweegt of niet. Voel ook het trillen, het resoneren van de toon van binnen bijvoorbeeld bij je neus.
    NB: Er is geen goed of fout in deze oefeningen! Observeer alleen
  3. Mondhoeken
    Blaas weer een toon en beweeg je mondhoeken naar voren en achteren. Wat voelt prettiger? Wat klinkt mooier? Hoe zou je het verschil in klank omschrijven? Bekijk de embouchure van goeie saxofonisten, je zult zien dat zij over het algemeen niet de mondhoeken naar achter trekken, eerder naar voren of in een neutrale stand.
  4. Tongstand
    Varieer tijdens het blazen de stand van je tong. Beweeg je tong en voel en hoor wat er gebeurt. Je kunt denken aan het vormen van verschillende klinkers in je mond zoals de ‘aa’ en de ‘uu’. Welke verschillen hoor je?
  5. Toon omlaag trekken
    Blaas een toon en maak grote en daarna kleine bewegingen met je kaak omlaag en weer terug. De toon gaat dan mee en wordt lager/hoger. Let op dat je kaak niet naar voren gaat en blaas goed door. Probeer de toon een halve afstand omlaag te trekken zonder gebruik te maken van je kleppen, dus bijvoorbeeld van een B naar een Bes.
  6. Vibrato
    Maak de beweging met je kaak omlaag op dezelfde manier als bij de vorige oefening maar nu kleiner en sneller, alsof je ‘wahwahwah’ zegt. Zorg voor een regelmatige puls. Er ontstaat nu een vibrato. Wissel dit af in snelheid en in grootte (zie ook het videoblog over vibrato).
  7. Keel open
    Zet tijdens het blazen je keel helemaal open, alsof je moet gapen. De toon wordt dan lager; probeer deze zo laag mogelijk te laten klinken en ga dan weer langzaam omhoog. Je kunt op deze manier ‘glijders’ maken tussen verschillende tonen.

NB: Je kunt in al deze oefeningen variëren tussen hoge en lage tonen en tussen hard en zacht.

Welke effecten kun je maken als je dit beheerst?

  • De bekende ‘haaltjes’ die je saxofonisten hoort doen waarbij de toon een soort glijder maakt bijvoorbeeld in de bekende solo uit Baker Street komen tot stand door de toon omlaag te ‘trekken’ met je keel en/of onderlip/kin. Eventueel gebruik je daar ook nog snelle loopjes bij maar dat is weer een ander verhaal.
  • Een ander effect is het vibrato: deze ontstaat door het verticaal bewegen van je onderlip en kin (alsof je ‘wahwahwah’ zegt), uiteraard heel licht. Klik hier voor een voorbeeld.
  • Je kunt de stemming van je toon beïnvloeden door de stand van je tong, keel en onderlip. De saxofoon is van nature niet helemaal zuiver en bovendien pas je je zuiverheid aan medespelers/piano. Je bent dus als het goed is altijd je stemming aan het aanpassen.
  • Ook de kleur van de toon die je maakt wordt beïnvloed door de stand van je tong, keel en onderlip, en daarnaast door je wijze van ademhaling. De sfeer van de muziek vraagt om een felle, zachte, omfloerste of warme toon, allemaal ‘kleuren’ en schakeringen die je kunt aanbrengen in je toon.

 

Seven exercises to reach a flexible sound!

You can make your sax speak! To use your saxophone as a voice you need a flexible embouchure: it is the key to making these sorts of colors and effects. What you do with your throat, tongue, lips, cheeks and chin also have a great influence on your sound. Anyone can learn how, and it is up to you how you this in your playing!

You can find an almost infinite list of exercises and effects in saxophone literature. These exercises can take you a long way.

    1. Sound a tone, and feel what you’re doing with your embouchure. Do you feel your lower lip and the trilling of the reed against it? What about your upper lip? Do you feel anything in your cheeks and where? What are you doing with your chin? Is your jaw relaxed? Do you feel the “back” of your cheeks as if something is moving, for example, near (in) your ears?
    2. Do you feel your oral cavitity and tongue?; find out where your tongue is, high or low, curled or not, whether it’s moving or not. Do you feel the trilling, the resonating of the tone inside of your nose, for instance.
      There is no right or wrong in these exercises! Just pay attention!
    3. Sound another tone and move your mouth corners forward and backward. What feels better? What sounds better? How would you describe the difference in the sound?
    4. From time to time vary the position of your tongue as you blow. Move your tongue and feel and hear what happens. You can think about the form of various vowels in your mouth. What sort of differences do you hear?
    5. Sound a tone and make big and then small movements with your jaw down and back again. The tone goes up and down again in correspondence to the movements. Don’t move your jaw forward and keep a good air stream. Can you make the tone drop a half step without making any use of your keys? (for example can you make a B go to a Bb?)
    6. Make the same movement with your jaw downwards in the same manner as in the former exercise, but smaller and faster, as if you were saying “wahwahwah”. Be careful to get a regular pulse. This is what a vibrato is. Change the vibrato faster and louder.
    7. During the time when you are blowing, keep your throat open, as if you are yawning. The tone will be lower; try to make it sound as low as possible and then try slowly to make it go as high as possible. In this way you can make “glides” between different tones.

*You can vary between high and low tones and between blowing hard or soft!

What sort of effects can you make if you have mastered these exercises?

  • These are the well known “glides” (official name bend/glissando/) which you hear saxophonists doing where the tone is made into a sort of glide for example in the well known solo from Baker Street. Get to the point where you can drag the tone lower with your throat and/or lower lip and chin. You can combine bending with fast runs and make a ‘smear’ but this is another story.
  • The vibrato is another effect: this consists of vertical movements of your lower lip and chin (as if you were saying “wahwahwah”), naturally very lightly. Check this video for an example of vibrato.
  • You can influence the sound of your tone by where you put your tongue, throat and lower lip. The saxophone by its nature is not completely in tune and in addition you adjust your tuning when playing together. Therefore you are always adjusting your tuning when playing!
  • Also the color of your tone you want make will affect where you place your tongue, throat and lower lip; after that you need to be aware of your breathing. The atmosphere of the music may ask of you a fierce, soft, hazy or warm tone. All these colors and nuances can be brought into your tone.

Do you have any questions or remarks after reading this article or do you have suggestions for new topics? Let me know and leave your comment!

Floor Wittink

About the Author

Floor Wittink

Leave a Comment:

All fields with “*” are required

Josje schutte

Dag Floor,

Waar moet ik naar kijken bij die prachtige saxsolo van Daniel met Karajan.ik zie nauwelijks iets bewegen en zijn mond lijkt heel strak om zijn mondstuk te zitten. Ik probeer juist zo min mogelijk spanning rond mondstuk op te bouwen. Is daar verschil in tussen klassiek en lichte muziek spelen op een sax?

Hartelijke groet,
Josje

    Floor Wittink

    Dag Josje
    Goeie vraag! Klassieke saxofonisten maken vibrato door de onderlip en kaak naar beneden/boven te bewegen alsof je wah wah wah zegt. Dit is zo subtiel dat je dat inderdaad niet of nauwelijks kunt zien. Klassiekers hebben vaak een andere embouchure, en dus andere spanningopbouw, dan lichte spelers maar er moet bij beide zoveel mogelijk ontspanning zijn om alle kleuren te kunnen maken. De kin is bij ‘ons’ vaak gladder (zoals bij fluiten) om weinig lip tegen het riet te hebben zodat de toon zo rond en helder mogelijk klinkt. Probeer maar eens uit, meer en minder lip tegen het riet wat voor verschil in geluid geeft dat.
    groet,
    Floor

Leave a Comment:

All fields with “*” are required